
Bombardement Keizer Karelweg
Frans Jurrema, bouwkundige en architect, bouwde omstreeks april 1939 in de achtertuin van zijn huis aan de Keizer Karelweg 438 een schuilkelder tegen onder andere vallende granaten en bomscherven. In het begin van de oorlog ging het gezin Jurrema haast elke nacht de schuilkelder in. Later niet meer en ook niet die nacht toen het echt nodig bleek te zijn. In de nacht van 29 op 30 oktober 1941 vlogen 40 Handley Page Hampdens en 5 Avro Manchesters van de Royal Airforce (RAF) Bomber Command richting Schiphol. Zij waren opgestegen vanuit Lincolnshire en Nottinghamshire in Engeland. Door de laaghangende bewolking konden slechts 11 Hampdens en 1 Manchester een aanval uitvoeren. Voor de bomafworp op de Keizer Karelweg in Amstelveen was een Hampden van het 50 Squadron uit Swinderby in Lincolnshire verantwoordelijk. De bemanning vloog al twee uur zoekend rond en liet om half drie zes bommen (4 van 500 pond en 2 van 250 pond) los op een groepje gebouwen.
Het dubbele woonhuis op nummer 436 en 438 was door de bommen getroffen en was bijna geheel verwoest. Op en nabij deze panden waren vier bommen ingeslagen. Eén bom was aan de achterzijde van het pand 436 en 438 terechtgekomen. Het puinruimen duurde de hele nacht. Ook in de omgeving waren woningen beschadigd.
Frans Jurrema en zijn echtgenote Elisabeth waren omgekomen bij het bombardement, maar ook de buren van nummer 436, Harmen en Cor Koolhaas overleefden de ramp niet. Enkele kinderen van beide echtparen raakten bekneld in de brokstukken van het huis, maar zij overleefden de ramp wel. Ook een Duitse soldaat kwam om het leven.
Tijdgenoten dachten dat de Duitse enclave in de buurt van de Pauluskerk het doelwit was of de radiopost aan de Wolfert van Borsselenweg. In het RAF-archief is vermeld dat Schiphol het doelwit was. Het dubbele woonhuis aan de Keizer Karelweg werd vanaf eind 1941 hersteld.
Op 30 oktober 2021 is ter hoogte van Keizer Karelweg 436 in Amstelveen een herdenkingstegel aangebracht ter nagedachtenis aan de slachtoffers.