AMV 80jaar vrijheid logo hr 1 002

 

 

 

 

Bernard (Ben) Goudsmit kwam uit Amsterdam toen in 1941 400 Joodse mannen werden opgepakt. Hij ging lopend naar Amstelveen en arriveerde bij de familie Van der Lende aan de Van IJsselsteinlaan. Bij een inval van de Sicherheitsdienst zei hij dat hij 17 was en mocht blijven. Hij vluchtte terug naar Amsterdam. Bij een grote razzia stapte hij met zijn vrouw Esther op 14 juli 1942 op de trein naar Naaldwijk, waar ze onderdoken in een bioscoop. Zij gingen weer terug naar Amsterdam en van daaruit naar de Veluwe, waar zij van het ene adres naar het andere trokken. Hun drie nog in leven zijnde ouders werden eind 1942 op transport gesteld. Ben en Esther gingen weer terug naar Amstelveen. Esther werd dienstmeisje bij de familie Hendrikse, destijds hoofd van de gemeentelijke centrale boekhouding en werkzaam in het verzet. Ben vond na wat omzwervingen in december 1943 onderdak bij Arie Blokland aan de Heemraadschapslaan. Nadat daar een Duitse inval was geweest, waarbij de Joodse onderduikers in huis niet werden gevonden, was Ben bij diverse andere families ondergedoken. Zijn laatste schuilplaats was bij boer De Groot aan de Amstelveenseweg 845. De Groot gaf zijn onderduikers de namen van zijn stieren. Hij wilde vanwege de veiligheid geen namen weten. De onderduikers hadden allemaal een taak op de boerderij. Tijdens zijn verblijf bij De Groot maakte Ben Goudsmit van alles mee: verraad, chantage, inbraak en brand. Over zijn driejarige onderduikperiode zei Ben Goudsmit in 1980: “Die tijd staat blijvend gegrift in je leven.”